Vragen aan de striptekenaar van Joep
Door de jaren heen heb ik veel vragen gekregen van kinderen, ouders en leerkrachten. Over hoe ik striptekenaar ben geworden, een strip maak, hoe mijn werkdag eruit ziet. En nog vele andere!
Dit zijn er een paar:
Hoe word je striptekenaar?
Door vooral heel veel te tekenen! En uiteraard ook veel verhaaltjes te schrijven. Als striptekenaar moet je niet alleen goed kunnen tekenen, je moet ook een leuk verhaal kunnen vertellen. Als je dat vaak doet, word je steeds beter. Op een gegeven moment misschien wel zo goed, dat je er je werk van kan maken!
Wilde je altijd al striptekenaar of schrijver worden?
Ik wilde striptekenaar worden. Niet zozeer schrijver. Ik heb toen ik jong was veel strips gelezen, ik bedacht zelf ook verhaaltjes. Daar ben ik tekeningen van gaan maken, zo werd het een strip. Dat ik het verhaal had kunnen vertellen door alleen te schrijven (zonder plaatjes erbij te tekenen) is toen niet eens in me opgekomen. Vanaf het begin was het dus altijd: strips!
Heb je hier een speciale opleiding voor gedaan?
Niet echt. Vroeger zei ik altijd dat je de meest saaie school moet uitkiezen die je kunt verzinnen om striptekenaar te worden. Dan kun je zonder schuldgevoel achterin de klas poppetjes tekenen. Zo word je elke dag beter in tekenen. Maar dat antwoord zou ik nu natuurlijk nooit meer geven, dat is een slecht voorbeeld. Dus dat zeg ik dan ook niet meer.
Is het leuk om de hele dag te schrijven en tekenen?
Leuk is het zeker!
Al doe ik niet elke dag hetzelfde. Schrijven doe ik een paar keer per maand. Tekenen doe ik veel vaker. De boeken van Joep, Geheim Agent G. Ruwel en Bennies Bijbaan schrijf ik, teken ik en daarna geef ik ze ook zelf uit. Een boek uitgeven, betekent dat ik een hele stapel (meestal 2000 boeken) laat maken bij een drukker. Daarna probeer ik al die boeken te verkopen. Bijvoorbeeld via (kinder)boekwinkels, aan scholen, maar ook via webwinkels zoals op mijn eigen site maar ook bol.com. Ongeveer de helft van mijn tijd gebruik voor het werk dat komt kijken bij uitgeven van boeken, de andere helft van de tijd maak ik nieuwe strips. Dat vind ik het leukste.
Hoe verzin je een nieuw stripverhaal?
Vaak zet ik een stripfiguur (bijvoorbeeld mijn stripfiguur Joep) in een situatie die hij niet leuk vindt. Dat is heel leuk om te doen. Je bent natuurlijk zelf de baas over wat er gebeurt in je strip: wie er in je strip rondlopen, hoe die stripfiguren reageren op gebeurtenissen en elkaar.
Stel, Joep zit in de wachtkamer van de tandarts en hij is straks aan de beurt. Dan kan ik -als bedenker- zelf beslissen hoe Joep daarop reageert. Blijft hij? Wil hij weg? Hij bedenkt dan vast een smoes. En wat als hij niet alleen is? Alles is mogelijk! Jij bent de baas als bedenker.
Laten we zeggen dat Joep samen met een vriendje in de wachtkamer zit. Dan kan hij niet zomaar weggaan, Joep heeft ook te maken met het vriendje. Misschien jokt hij tegen zijn vriendje dat hij eigenlijk naar zijn zieke moeder moet. Dan kan hij weg. Maar wat als zijn vriendje meegaat? Joep wil absoluut natuurlijk niet dat zijn vriendje erachter komt dat hij bang is voor de tandarts, dus probeert hij het vriendje weg te sturen. Dat kan best grappig zijn om te lezen. Zoals je merkt, ben ik een verhaaltje aan het verzinnen voordat ik er erg in heb.
Wat je snel merkt als je aan het verzinnen gaat dat er zoveel mogelijk is! Zoveel te kiezen. Gelukkig ken ik Joep inmiddels erg goed. Ik weet hoe hij in de meeste gevallen reageert. Joep is bijvoorbeeld anders dan mijn stripfiguur Bennie, van de strip Bennies Bijbaan. Bennie wordt niet zo snel boos als Joep en hij is iemand die graag zijn handen uit de mouwen steekt en helpt. Bennie zou dus heel anders reageren in de wachtkamer van de tandarts, het besef voor welk stripfiguurtje ik schrijf, helpt als ik een nieuw stripje verzin.
Hoe maak je een strip?
Het maken van een strip gaat in verschillende stapjes:
– idee verzinnen
– verhaal bedenken: wat gebeurt er op elk plaatje? Wie zegt wat?
– ruwe opzet maken in schets
– uitgewerkte schets maken
– inkten: alle lijnen een laatste keer netjes overtrekken.
– inkleuren
– tekst (die je bedacht hebt in stap 2) in de ballonnetjes zetten.Zoals je ziet, komt er veel kijken bij het maken van een strip. Ik heb op deze site ook een pagina gemaakt met meer informatie over hoe je een strip maakt. Hier kun je een kijkje nemen als je nog meer wilt weten over hoe ik een strip maak.
Teken jij met de hand of met de computer?
Tot 2021 tekende ik al mijn strips met de hand op papier. Ik begon met potlood, zodra ik tevreden was over de schets, trok ik alle lijnen over met inkt. Dat deed ik zo netjes mogelijk met inkt en een penseel (een soort dunne kwast). De strippagina (met zwarte lijnen) scande ik dan in, en kleurde het in met de computer. Ook kleine foutjes werkte ik stiekem in de computer weg.
Op een gegeven moment ben ik overgestapt op het tekenen op de tablet. In het begin was het wennen; het was raar om op een scherm te tekenen, en niet meer op papier. Maar nu vind ik het veel fijner. Dat is vooral omdat ik een mislukte lijn makkelijker opnieuw kan zetten en details zijn makkelijker toe te voegen. Op papier was dat soms wel heel klein. Maar het grootste voordeel is: het is sneller! En dus heb ik tijd over. En dan kan ik weer een nieuwe strip maken!
Hoe lang doe je over een stripverhaal?
Het is best veel werk om een strip te maken. Je moet niet alleen alles tekenen, je moet van tevoren goed nadenken over wat je gaat tekenen. Je schrijft dus eerst het verhaal. Dat gaat de ene keer sneller dan de andere keer. Soms heb ik in vijf minuten een leuk verhaaltje bedacht, soms gaan er uren voorbij en ben ik nog steeds niet tevreden over het verhaal!
Als ik eenmaal weet wat ik wil vertellen, doe ik daarna ongeveer nog twee/drie dagen over het maken van 1 strip-pagina: ik schets, trek over, inkt en kleur. En dat voor elke pagina. Een heel stripboek is dus al snel een paar maanden werk. En dat terwijl je een heel stripboek vaak in een uurtje al uit hebt!
Waar haal je ideeën en inspiratie vandaan voor een nieuwe strip?
Soms is het wel puzzelen om het verhaal zo leuk mogelijk te maken. Als ik het even niet weet, begin ik met een nieuw idee. Ik heb bijvoorbeeld voor mijn strip Bennies Bijbaan misschien wel 40 beroepen waarvan ik weet ‘er zit een leuk verhaal in’, maar dat verhaaltje heb nog niet helemaal gevonden. Bijvoorbeeld: militair (Bennie houdt niet van geweld, dus wat gaat hij doen als hij militair is?), pannenkoekenbakker, Formule 1-coureur (ik houd niet van het tekenen van auto’s, maar ik heb ook geen echt leuke grap kunnen bedenken), journalist, weerman, straatmuzikant, striptekenaar (je zou zeggen, daar weet ik wel wat vanaf, maar ik kan geen echte leuke grap bedenken), kunstenaar … Mogelijkheden genoeg, dus als ik het even niet weet, verzin ik iets anders en leg ik het eerdere idee even opzij. Dat geldt voor Bennies Bijbaan, maar ook voor alle andere strips die ik maak. Ik heb heel veel halve ideeën en beginnetjes op mijn laptop staan. Soms maak ik een paar maanden later alsnog op basis van een half ideetje een leuk verhaal. Ik gooi die ideetjes dus nooit weg!
Wie is je favoriete stripfiguur?
Oef! Lastige vraag. Als Joep (of Bennie of Geheim agent G. Ruwel) zou horen dat ik eigenlijk misschien een ander figuur leuker vind, wordt hij misschien nog jaloers! Ik vind ze allemaal leuk eigenlijk. Bennie omdat hij altijd zo positief is, Joep omdat dat mijn oudste stripfiguur is (hij is zelf een jongen van een jaar of 9 – maar ik maak zijn strips al 20 jaar). Wat ik aan Geheim agent G. Ruwel leuk vind, is dat hij zo’n trots, grappig figuurtje is. En in die strip kan ik de monsterwereld tekenen, vol met maffe monsters. Heel leuk om te doen.
Maar wie mijn favoriet is? Dat is te lastig kiezen voor me! Eh … mag ik deze vraag overslaan?Hoeveel boeken heb je al gemaakt? En komen er nog meer?
Veel! Los van de serie Kijk en Lees heb ik ook nog meegewerkt aan andere (strip)boeken, bij elkaar meer dan 50 boeken.
En: ja! Ik ben altijd bezig met nieuwe strips. Ik wil nieuwe boeken van Joep uit gaan brengen. Joep heeft al boeken op de leesniveaus voor groep 3, 4 en 5. Ik ben bezig met drie boeken voor groep 6. Dat zijn heel veel strips, dus ik ben voorlopig zoet met het bedenken en tekenen ervan!
We zijn ook bezig met een nieuw avontuur van Bruno de Bever! Het verhaal is geschreven. Tekenaar Maarten Gerritsen is het nu aan het tekenen. Het wordt een lang verhaal en we beleven veel plezier aan het maken van dit nieuwe boek!
De eerste nieuwe boeken die je kunt lezen, zijn die van Bennies Bijbaan. Het plan is om in augustus 2026 twee nieuwe boeken uit te brengen, speciaal gemaakt op de leesniveaus van groep 8. Deze twee nieuwe boeken staan weer vol grappen van Bennie, de jongen die elke bijbaan aanneemt. Deze keer is hij onder meer bloemist, dirigent, bouwvakker, quizmaster en voetbalscheidsrechter.
Zodra deze twee boeken klaar zijn, heb ik stripboeken voor iedereen op de basisschool! Dan kan iedereen lachend leren lezen, of je in groep 3 of groep 8 zit!
Wil jij nog iets anders weten?
Wat mijn favoriete kleur is?
Waarom Joep zo van pannenkoeken houdt?
Stuur dan een mailtje naar michiel@kijkenlees.nl en ik beantwoord je vraag met plezier!
